In mijn beroep als copywriter heb ik dagelijks met taal te maken. Ik verzorg bijvoorbeeld de eindredactie van bloggers, ik kijk offertes of nieuwsbrieven na bedoeld voor klanten en ik schrijf allerlei soorten tekst. Van tweets tot Facebook posts en van columns tot online seo-teksten.
Schrijven in correct Nederlands kan bijna iedereen (leren). Maar wat mij opvalt is dat mensen vaak krampachtig met taal omgaan als hetgeen dat ze schrijven bedoelt is voor een collega, klant, de media of een bedrijf. Zeker als de ontvanger iemand is waarvan ze denken dat ze een goede indruk moeten achterlaten. Lang leve het jargon!
Zou je moeder deze tekst begrijpen? Ja? Mooi!
Als iemand mij vraagt “Juliette, is dit een goede tekst?” dan heb ik na het lezen ervan soms het advies: begrijpt iemand het ook die er totaal geen verstand van heeft? Zou je moeder deze tekst begrijpen? Ja? Mooi! En je neefje van 9? Daar kun je heel ver in gaan. Onbegrijpelijke taal scoort nu eenmaal hoog in de irritatie-top-10. En erger nog: je lezer haakt na het lezen van de eerste alinea waarschijnlijk al af!Dat brengt mij op één van mijn favoriete uitdrukkingen op taalgebied: ‘Zeg het in Jip-en-Janneketaal’! Maar wat is dat eigenlijk voor taal? Je hebt er misschien wel een idee bij. In het artikel van taaldeskundigen Jacqueline Evers-Vermeul en Ted Sanders in Het Genootschap Onze Taal gingen zij nog dieper in op de zinnen van Annie M.G. Schmidt.
Jip en Janneke taal uit de verhalen van Annie M.G. Schmidt
Jip en Janneketaal is de taal die ‘gesproken’ wordt in de kinderverhalen over Jip en Janneke tussen 1952-1957. Deze verhalen groeide uit tot literatuur voor kleuters. Dit kwam door de herkenbare gebeurtenissen, de typische tekeningen van Fiep Westendorp, maar zeker ook door de grappige en glasheldere taal van Annie M.G. Schmidt.
“Jip heeft een eigen tuintje. Hij mag het zelf omspitten. En Janneke helpt. Nu is het tuintje omgespit en vader zegt: Vanmiddag zal ik jullie helpen. Dan gaan we zaaien. Bloemetjes zaaien. En worteltjes. Wacht maar tot vanmiddag.”
Moeten we dan ook zo gaan schrijven?!
Maar betekent dit dat schrijvers van teksten voor een algemeen lezerspubliek voortaan dit soort teksten moeten schrijven? Nee, gelukkig niet!Al komen we wel in de buurt. Het is als schrijver vooral belangrijk te schrijven met een duidelijke samenhang. Dit kun je doen met verbindingswoorden: want, terwijl, ten eerste, ten tweede en de reden hiervoor is, toen, etc. Deze verbindingswoorden vergemakkelijken het tekstbegrip. Dat wist Annie M.G. Schmidt destijds ook al:
“Jip en Janneke hebben een poosje op de vensterbank gezeten en naar buiten gekeken. Maar er kwam niemand voorbij. Alleen maar een klein hondje. Toen zijn ze plaatjes gaan kijken. En alle plaatjesboeken hebben ze al uit. En het regent zo en het regent zo.”

Nog meer leren van de taal van Annie M.G. Schmidt
Steken marketingmedewerkers, juristen, schrijvers, managers en ambtenaren dan wel iets op van de taal van Annie M.G. Schmidt? Ik adviseer niet dat zij alleen nog maar schrijven in een taal die gericht is voor kinderen uit groep 4. Wél kan iedere schrijver voortaan meer rekening houden met het volgende:♦ Houd je zinnen altijd kort en krachtig
♦ Stel jezelf bij iedere zin de vraag: kan dit nog eenvoudiger of korter?
♦ Schrijf in de tegenwoordige tijd, dit verkleint de afstand tussen tekst en lezer
♦ Gebruik een duidelijke samenhang met structuuraanduiders en verbindingswoorden
♦ Plaats niet teveel nieuwe informatie in één zin
♦ Hanteer een persoonlijke stijl, denk mee met je lezers, praat tegen ze
♦ Lees je tekst eens hardop of laat iemand anders dit doen
♦ Gewone woorden zijn niet ‘dom’!
♦ Vermijd jargon of moeilijke woorden (alsmede = en, thans = nu, echter = maar/toch)
♦ Vermijd woorden als kunnen, zullen, willen, gaan, hoeven en mogen











